Veranderen of accepteren? Over de spanning tussen wat er is en wat we anders willen.

We maken allemaal fases mee waarin het leven anders loopt dan we zouden willen. Dikwijls ontstaat er dan een spanningsveld vanbinnen. We willen iets veranderen aan onze situatie. We gaan zoeken naar een oplossing en proberen weer grip te krijgen.

Tegelijkertijd zijn er omstandigheden die zich niet zomaar laten veranderen. Ons lichaam herstelt trager van die hardnekkige verkoudheid dan we hadden gehoopt, we zijn die vervelende onzekerheid nog steeds niet de baas en sommige ingrijpende ervaringen of gebeurtenissen laten zich niet ongedaan maken.

Juist dan kan frustratie ontstaan. We willen wel vooruit, maar weten niet precies wat daarvoor nodig is of wanneer de gehoopte verandering daadwerkelijk zal optreden.

We zoeken naar mogelijkheden om de situatie te verbeteren, terwijl we tegelijkertijd moeite hebben met het feit dat die situatie er überhaupt is.

En wat het extra ingewikkeld maakt is dat we meestal ook niet weten wat er nou eigenlijk van ons wordt gevraagd:

Moeten we nog meer ons best doen om die verandering in gang te zetten, of is de boodschap dat we af en toe moeten leren accepteren dat het is zoals het is?

De behoefte om iets te veranderen

We zijn gewend om problemen op te lossen. Als iets niet goed gaat, zoeken we naar een verklaring en proberen we er vervolgens iets aan te doen. Dat vermogen is zeer waardevol. Het helpt om verantwoordelijkheid te nemen, keuzes te maken en omstandigheden te verbeteren.

Maar soms raken we verstrikt in diezelfde reflex. We vergelijken de werkelijkheid met hoe we vinden dat die zou moeten zijn en raken gefrustreerd wanneer het verschil blijft bestaan. Het wakkert de reflex om op te willen lossen alleen maar verder aan. Er komt een secundaire frustratie bovenop; Niet alleen de onwelkome situatie zelf houdt ons dan bezig, maar ook het feit dat de situatie niet verandert, ondanks onze inspanningen.

Daarbij is het zinvol om het mechanisme* wat beter te bekijken. We willen niet alleen dat de pijn verdwijnt, maar ook dat we niet meer onzeker hoeven te zijn over die pijn. We willen niet alleen herstellen, maar ook de absolute zekerheid hebben dat het goed komt. Liefst binnen een helder en overzichtelijk tijdskader.

Wanneer die zekerheid uitblijft, proberen we vaak nog harder grip te krijgen op iets wat zich, in een best-case scenario überhaupt maar gedeeltelijk laat sturen.

Accepteren is niet hetzelfde als opgeven

Het woord acceptatie roept bij mij een interessante vraag op. Want wat betekent het eigenlijk?

Betekent het dat je je erbij neerlegt? Dat je stopt met zoeken naar mogelijkheden om iets te veranderen? Of betekent het dat je bereidheid ontwikkelt om onder ogen te zien wat er op dit moment daadwerkelijk is, ook wanneer je dat liever niet zou zien?

In de psychologie, bijvoorbeeld binnen Mindfulness en ACT, wordt acceptatie juist helemaal niet opgevat als passiviteit, maar als een vaardig middel.

Het gaat om toelaten wat je ervaart, zonder voortdurend te vechten tegen gedachten, gevoelens of lichamelijke sensaties die je liever niet zou hebben.

Dat betekent beslist niet dat we niets meer proberen te veranderen. Terwijl we accepteren kunnen we nog steeds volop onderzoeken wat we nodig hebben, hulp bij een ander zoeken of nieuwe keuzes maken.

Het centrale punt is dat we de werkelijkheid van dit moment niet hoeven te ontkennen.

Met andere woorden: Ik kan het frustrerend vinden dat ik me niet fit voel en tegelijkertijd erkennen dat dit op dit moment mijn ontegenzeglijke werkelijkheid is. Ik kan verlangen naar herstel zonder mezelf voortdurend onder druk te zetten dat ik nog niet ben waar ik wil zijn…  Ik kan me onzeker voelen en het tóch gewoon gaan doen.

Het doel van acceptatie is niet dat het de situatie automatisch prettiger maakt. Als dat wel de intentie zou zijn, zouden we heimelijk aan het sturen zijn en schieten we voorbij aan werkelijke acceptatie. Het effect van acceptatie is niet dat de situatie veranderd, het effect is dat het ons in staat stelt om onze secundaire reactie op wat ons overkomt los te laten. We staken daarmee de voortdurende strijd met wat er is.

Misschien begint verandering juist daar

Er zit een paradox in de verhouding tussen veranderen en accepteren.

We denken soms dat we pas rust kunnen vinden wanneer onze omstandigheden veranderen. Wanneer we ons weer gezond voelen, meer zekerheid ervaren, minder angstig zijn of eindelijk het gevoel hebben dat we goed genoeg zijn.

Maar wat als we daarmee onze innerlijke rust afhankelijk maken van omstandigheden die we niet volledig in de hand hebben?

Dat betekent natuurlijk niet dat die omstandigheden er niet toe doen. Integendeel. Gezondheid, veiligheid, relaties en de mogelijkheden die we hebben, zijn van wezenlijk belang. Maar misschien hoeven we niet te wachten tot alles weer op zijn plek valt voordat we ons leven weer kunnen oppakken.

Binnen ACT wordt het vermogen om ruimte te maken voor wat er in ons leeft en tegelijkertijd te blijven handelen in de richting van wat we belangrijk vinden, psychologische flexibiliteit genoemd.

Misschien ontstaat er juist ruimte voor verandering wanneer we niet langer al onze energie hoeven te besteden aan het ontkennen, bestrijden of wegduwen van wat we als pijnlijk ervaren.

Een andere verhouding tot wat er is

Uiteraard ben ik net zoals de rest van de mensheid volop zoekende in dit spanningsveld. Ik ben mijn leven continu aan het optimaliseren. Ik wil begrijpen wat er speelt en ontdekken wat ik zelf kan doen. Niks mis mee.

Tegelijkertijd zijn er periodes waarin ik gedwongen wordt om te oefenen met onzekerheid, geduld en het erkennen van mijn grenzen. En laat me je zeggen: ik vind het nooit gemakkelijk.

Misschien is dat ook wel waar het om gaat. Acceptatie is niet noodzakelijk een toestand waarin je berust. Het kan een voortdurend bewegen zijn tussen erkennen wat er is en onderzoeken wat je daarmee kunt doen.

Soms vraagt een situatie om actie. Soms juist om rust. Soms om het verdragen dat je op dit moment gewoon nog niet weet hoe het verder zal gaan. En soms is het alle drie tegelijk.

Veranderen en accepteren hoeven helemaal niet de tegenpolen te zijn zoals ik ze, en misschien jij ook, instinctief ervaar. Misschien begint verandering niet pas wanneer we de (ongewenste) werkelijkheid achter ons kunnen laten, of hebben overwonnen maar juist wanneer we bereid zijn haar onder ogen te zien.

Waar in jouw leven probeer je iets te veranderen, terwijl je misschien ook iets te accepteren hebt? En wat zou er veranderen wanneer je beide naast elkaar laat bestaan?

*De Boeddha leerde ons zo’n 2500 jaar geleden al dat de rode draad die het menselijke bestaan kenmerkt ‘Dukkha’ is. Dukkha wordt doorgaans vertaald als pijn of lijden. Sommige boeddhistische vertalen het als ‘frustratie’ of ‘ontevredenheid’. Je zou dus kunnen stellen dat volgens de Boeddha, frustratie en ontevredenheid hoofdkenmerken zijn van ons dagelijkse bestaan. Ik heb dat mechanisme voor mezelf altijd tastbaar gemaakt met het zinnetje:

“not getting what you want and getting what you don’t want.”

Volgende
Volgende

Van zelfbescherming naar zelfwaardering